Portugal Geschiedenis

Zoekveld

Geschiedenis


De eerste noemenswaardige bewoners van Portugal waren de Kelten en Lusitaniers. Aan het begin van de tweede eeuw v. C. waren het de Romeinen die in Portugal binnenkwamen en daar meer dan 600 jaar verbleven.
In 27 v. C. verdeelde Augustus het Iberisch Schiereiland in drie provincies; Tarraconensis, Baetica en Lusitania. Vele wegen, bruggen en plaatsen, zoals Evora en Conimbriga, herinneren nog aan de Romeinse invloed op Portugal. Het grootste Romeinse erfgoed is echter de Portugese taal die zijn wortels heeft in het Latijn.
Na de Romeinen waren het de Moren die in 711 via Spanje, Portugal binnenkwamen en binnen tien jaar de heersers over het Iberisch Schiereiland werden. De Moren zijn eeuwenlang aan de macht geweest in Portugal. Vooral in het zuiden en midden van Portugal was hun invloed groot. Zo is Algarve een Moors woord, dat 'westen' betekent, en brachten de Moren de Islamitische cultuur naar Portugal. De Portugese keuken en bouwkunst zijn ook sterk beïnvloed door de Moren.


In 1249 kreeg Portugal zijn huidige landgrenzen, toen koning Alfons III, van het huis van Bourgondië, de laatste Moorse bolwerken veroverde.
Het huis van Bourgondië werd opgevolgd door het huis van Avis, toen Joao I in 1385 op de troon kwam. Zijn zoon Hendrik de Zeevaarder legde de grondslag voor het Portugese imperium. Portugal werd de voornaamste maritieme machthebber van Europa, waardoor Portugal een aantal belangrijke ontdekkingsreizigers voortbracht; Vasco da Gama (ontdekte de zeeweg naar India) en Pedro Alvares Cabral (ontdekte Brazilië). Vervolgens raakte Portugal na een mislukte veldtocht tegen de Moren in Marokko in 1578, in verval en komt onder Spaans bewind te staan in 1580.


Na een periode van Spaanse overheersing, waarin Portugal steeds meer in verval raakt, doordat het betrokken wordt bij bijvoorbeeld Spaanse oorlogen, overwint het Portugese nationalisme wanneer in 1640 een eind wordt gemaakt aan de Spaanse heerschappij. Met de kroning van de hertog van Braganca tot koning Joao IV, is het huis van Braganca een feit.


In de 19de eeuw was Portugal een constitutionele monarchie met een liberale grondwet. In de praktijk was dit echter nauwelijks merkbaar; de plattelandsbevolking leefde in bijna feodale omstandigheden en financiële schandalen van de regering waren aan de orde van de dag. In de tweede helft van de 19de eeuw bouwde Portugal een groot koloniaal rijk op in Afrika. Echter bleef Portugal ondergeschikt aan machtigere landen.
In 1878 werd de Republikeinse Partij opgericht. In 1908 werden koning Carlos I en de troonopvolger om het leven gebracht na een aanslag van de republikeinen. In 1910 wordt de republiek dan eindelijk uitgeroepen en Teófilo Braga wordt de eerste president van Portugal.


Echter blijft Portugal politiek wankelen, ook nadat het een republiek is geworden, en heeft het land meer dan 44 regeringen gehad, 20 staatsgrepen doorgemaakt en versleet het 12 presidenten in 16 jaar tijd. Het wordt er niet beter op wanneer Portugal in 1916 meedoet aan de Eerste Wereldoorlog. Het land leidt in die oorlog vele verliezen en raakt in een financieel slop. Er volgen onder andere regeringscrises en stakingen. Bovendien is Portugal gedwongen internationale leningen af te sluiten onder vernederende voorwaarden.
Echter keert het tij in 1926, wanneer tijdens de rechtse nationalistische revolutie, generaal Carmona president wordt. Deze neemt op zijn beurt de econoom António de Oliveira de Salazar aan in zijn ministerie van Financiën. Door zijn   drastische maatregelen krijgt Portugal het op financieel vlak breder en heeft zelfs staatsoverschotten. 
In 1932 wordt Salazar premier en voert een fascistisch staatsmodel in, naar het voorbeeld van Mussolini in Italië. Onder zijn regime treedt Portugal toe tot de Verenigde Naties en de NATO. Maar Salazar brengt Portugal niet alleen goeds. Het land raakt namelijk verstrikt in een drievoudige koloniale oorlog, met als resultaat dat de economie stagneert en het verzet in opmars komt. De Beweging der Strijdkrachten (MFA), een oppositiebeweging binnen de strijdkrachten, grijpt uiteindelijk in.


In 1974 vindt de Anjerrevolutie plaats. Hiermee wordt een proces in werking gezet waardoor Portugal in enkele jaren tijd een politieke democratie wordt.
In 1976 gaat de nieuwe grondwet in. Mario Soares wordt premier en probeert het land uit de economische problemen te halen door zich te richten op Europa en Portugal aan de nieuwe verhoudingen in het land en Europa aan te passen. In 1986 wordt Portugal dan ook volwaardig lid van de Europese Gemeenschap.


In de jaren '90 vindt er een snelle economische groei plaats, waardoor de levensstandaard in Portugal verbetert. Portugal had daarvoor jarenlang de laagste levensstandaard in democratisch Europa. Het gaat met de jaren zelfs zo goed met Portugal dat het land in de tweede helft van 2007 voorzitter van de EU was en in 2008 de Portugezen in grote getale stemmen voor het nieuwe verdrag van de EU.